Zo zit de wereld in elkaar, mensen (ziek systeem #4)

Vanmorgen bij het lezen van de New York Times viel me een stukje op in de column van Roger Cohen. Hij heeft het over de stemming in de Verenigde Staten en spreekt van een ‘stammenstrijd'; niet etnisch, maar politiek, sociaal en economisch. Die stammenstrijd licht hij toe met een briljant voorbeeld van hoe het er in de moderne wereld aan toegaat.

Een zakenman is bij een bank weggegaan omdat het beleid hem daar niet meer beviel. De laatste druppel was een vergadering over de bonussen van de bestuurders. Omdat de resultaten tegenvielen was de keuze enerzijds het handhaven van de bonussen, wat zou betekenen dat vijf procent van de werknemers ontslagen moest worden, anderzijds het verminderen van de bonussen met vijfentwintig procent.

“De voorzitter vroeg om een stemming door handopsteken van degenen die een verminderde bonus zouden accepteren. Er waren dertig man op die vergadering. Er staken er drie hun hand op. Ik was één van die drie.”

En zo gaat dat. De vraag die in onze moderne tijden opkomt is hoeveel van de vijf procent ontslagen werknemers op die vergadering niet keihard hetzelfde gestemd zou hebben. Het mooiste resultaat in een ziek systeem is als de deelnemers van harte bijdragen aan de oorzaken van de ziekte, ja, als ze zelfs menen dat het goed is voor henzelf wat ze doen. (er is, komt nu in me op, eigenlijk nog een vraag die hier aan vooraf gaat, namelijk: hoe idioot is het, als belanghebbenden zelf mogen stemmen over hoeveel geld ze aan zichzelf gaan verstrekken voor prestaties die ze niet eens hoeven hebben verricht? ja, zoiets kun je zomaar eens denken op een doordeweekse dinsdagmorgen. Laten we hopen dat het niet te vaak gebeurt)


Afbeeldingen van het web geplukt door te googlen op “Chaplin Modern Times”

Posted in Geschiedenis | Comments Off on Zo zit de wereld in elkaar, mensen (ziek systeem #4)

What the fuck is er met die editors aan de hand? Daniel Lanois over zijn werk met Neil Young

Moet je dit eens kijken. Een filmpje dat ik vond over het nieuwe album van Neil Young. Interview met Daniel Lanois, de producer.

Kan iemand die editors even vertellen dat ik wel wat wil hebben om naar te kijken? Je mag het beeld wel een PAAR tellen stil laten staan. Ik bedoel, de aandachtsspanne is aan het dalen en zit inmiddels onder de twee minuten geloof ik, maar dat is nog heel wat anders dan elke tweetiende seconde een beeldwissel en dat geschud van die handheld camera’s, om over het andere quasi-kunstzinnige digitale gerotzooi niet te spreken. Ja, je kunt een hoop met Final Cut zes. Zeven. Weet ik veel.

Overigens kijk ik liever naar kunst dan dat ik naar mensen luister die er over praten. Ik luister ook liever naar muziek dan dat ik er over hoor praten. Hetzelfde geldt voor films, auto’s, vrouwen, politiek, religie, sport en vooral wijn. God damn it. Ik hou helemaal niet van gepraat, en de meeste muziek is ook maar herrie.

Posted in Music | Comments Off on What the fuck is er met die editors aan de hand? Daniel Lanois over zijn werk met Neil Young

Le Noise/Twisted Road – Nieuw album van Neil Young

Enigszins gerustgesteld in mijn niet aflatende interesse voor Neil Young doordat ik er achter kwam dat het literaire genie Michel Houellebecq zichzelf ook tot supporter verklaarde, wacht ik vol ongeduld op het nieuwe album van de rocklegende, dat eind deze maand gaat uitkomen. Houellebecq heeft er trouwens, zo echt op z’n Frans, helemaal niets van begrepen. Als hij een beetje kennis had genomen van het leven van Neil Young, zijn eerste huwelijk en zoon Zeke, zijn tweede huwelijk en zoon Ben, beide spastisch en gehandicapt (de een aanmerkelijk meer dan de ander trouwens), had Houellebecq niet de woorden ‘doelloos’ en ‘ongericht’ op papier gezet om de carrière van Neil Young te omschrijven. Aan de andere kant, het moet gezegd, zijn kennis van het oeuvre van Young is encyclopedisch (hij weet meer dan ik) en zijn omschrijvingen van Neil’s gitaarspel en composities zijn doeltreffend en lovend.

Anyway, een samenwerking tussen Neil Young en Daniel Lanois geeft hoop op het beste. Maar ja, het kan ook zomaar weer zoiets als ‘Robbie Robertson’ worden. Wat een soepzooi was dat. 1988 is een tijdje terug, dat is ook weer waar. En Neil Young is niet zo’n volgevreten charlatan als Robertson toen was.

Lanois deed z’n werk met Bob Dylan (‘Oh Mercy’), U2, Emmylou Harris en Willie Nelson. Hij zoekt ze wel uit. De produktie van Daniel Lanois kenmerkt zich door een open, authentieke sound. Hij gebruikt grote oude microfoons en analoge apparaten in het opnameproces. Hoe hij mixt en mastert weet ik niet. Misschien eens wat meer lezen. Als ik tijd had, mensen, als ik tijd had…

Laten we luisteren naar Neil Young. De titel is alvast weer raak: Angry World. Nou en of. Waar moeten we naar toe met al die agressie? Het lijkt wel 1912. Dat zegt Neil trouwens niet, dat zeg ik. Neil dus. Over titels gesproken: de oorspronkelijke titel van het album zou ‘Twisted Road’ zijn. Beter dan Le Noise, maar nog steeds niet veel. Here we go:

Posted in Music | Comments Off on Le Noise/Twisted Road – Nieuw album van Neil Young

Waarom werken mensen in zieke systemen? ziek systeem #3

Nou ja, je moet toch ergens werken, nietwaar. Het is een beetje hetzelfde als vragen: waarom bestaat het universum, of, eh, alles zo’n beetje? Het bestaat immers al. Een veel interessantere vraag is: waarom bestaat het niet NIET? Onlangs kwamen hier nog de Jehova’s getuigen aan de deur, die mij vroegen of ik wel eens nagedacht had over de vraag hoe klein de kansen waren dat het leven ooit ontstaan was als je dat volgens de evolutieleer en de kansberekening calculeerde.


Hier moet wel over nagedacht zijn! Nou, echt niet.

Nou is de kans dat ik daarover nadenk vrij klein, maar ik had juist het boek van Bill Bryson, ‘A short history of nearly everything’ gelezen’, overigens een behartenswaardig boek voor iedereen die erin geïnteresseerd is hoe het staat met de wetenschap en hoe dat zit met de cosmos, quarks en protonen, dinosaurussen, schuivende continenten en andere elementaire natuurwetenschappelijke feiten en Bill Bryson had voor mij uitgerekend dat die kans zo ongeveer een paar miljard keer een paar miljard, laten we voor het gemak zeggen oneindig tegen één is, dus ik kon de mannen (het waren deze keer twee mannen) vertellen dat de kans, jazeker, astronomisch klein was.
Maar ja, zei ik erbij, hebt u wel eens nagedacht over hoe groot het universum is? Ja, dat hadden ze. Het universum, dat was onvoorstelbaar groot, het was reusachtig, het was, als het ware, niet te omschrijven zo gigantisch.


Lekker makkelijk, zo’n hand van een antropomorfe (mannelijke) god die alle twijfel, nadenken en andere zorgen uitsluit

En heeft u dan, vroeg ik nog, er ook bij stilgestaan hoe klein wij wel niet zijn? Ook dat hadden de mannen. We zijn nietig, we stellen niets voor, niet in de ruimte en niet in de tijd, we zijn zandkorrels in de onmetelijke woestijn, waterdruppels in Gods Grote Stille Oceaan enzovoorts.
Ja, zei ik, de kans dat wij elkaar ontmoeten op dit moment en op deze plaats is, zou je toch zeggen, ongeveer zo groot als de kans dat het universum spontaan is ontstaan en het leven volgens de evolutieleer en de hele rest ook, nietwaar.
Jazeker, de kans was enorm klein, het was een wonder.
Goed, zei ik, ik ben blij dat u mij begrijpt. Aangezien wij hier nu eenmaal toch staan in elkaars onmiddellijke nabijheid, is enkel daarmee dus al aangetoond dat het heelal en alles wat er aan vastzit, net zo goed door een toeval is kunnen ontstaan als door de hand van een of ander opperwezen dat wij trouwens toch niet kunnen kennen.
En daarmee wenste ik de heren goedendag en nee, ik wilde geen folder om er nog eens over na te denken.


Volgens de Vergelijking van Drake is de kans juist heel KLEIN dat er GEEN leven in het universum is. Rekenen maar!

Op de bovenstaande vraag kom ik een andere keer wel eens terug. Met enkel het feit dat je toch ergens moet werken, ben je er niet. Het blijkt namelijk in de praktijk dat juist de mensen met goede kwaliteiten opgesloten raken in andermans zieke systemen. Een merkwaardig fenomeen, dat zeker enige aandacht verdient.


Charles Taze Russell had in de negentiende eeuw een bijbelclubje, dat later uitgroeide tot de Jehova’s getuigen

Over Jehova’s getuigen nog het volgende: hoewel ik zelf een ongelovige ketter ben (ik ben er werkelijk van overtuigd dat er niets is dat op het bestaan van God wijst, helemaal niets. En als er al zoiets als een opperwezen bestaat, is dat uit de aard van de zaak een onkenbare entiteit en daar kun je dus niets mee, al helemaal niet er een set leefregels uit afleiden die je dan aan anderen oplegt) respecteer ik elk mogelijk geloof en ben er zelfs een beetje jaloers op, omdat geloof nu eenmaal een zekere gemoedsrust met zich meebrengt die kalmerend en levensverlengend werkt. Ik zou trouwens andere mensen nooit hun krankzinnigheden ontzeggen, dat zou immers betekenen dat ik de mijne ook moet opgeven.
Jehova’s getuigen hebben in de loop van de tijd zwaar moeten boeten voor hun overtuiging en verdwenen in de Tweede Wereldoorlog in grote getale samen met de Joden in de Duitse gaskamers. Net zoals zigeuners en homo’s. De Jehova’s weigerden bijvoorbeeld om ‘Heil Hitler’ te zeggen. Alle heil komt van God, niet van een of andere omhooggevallen malloot. Nou, zeg zoiets maar eens (niet), in bruine tijden. Best wel dapper. Wees dus vriendelijk tegen mensen die met een boodschap voor u aan de deur komen. Het is niet altijd makkelijk.


Charles Taze Russell heeft een monument in de vorm van een pyramide. Hee mensen, ik kan het niet helpen hoor…

Posted in Geschiedenis | Comments Off on Waarom werken mensen in zieke systemen? ziek systeem #3

This Note’s for You

Neil Young maakte in 1989 enigszins furore door in het liedje met de bovenstaande titel te zingen:

“Ain’t singin’ for Pepsi
Ain’t singin’ for Coke
I don’t sing for nobody
Makes me look like a joke”


This Note’s for You. Zijn beginakkoorden zijn dezelfde als die in mijn ‘Modern Days Blues’ (zie hier), maar dan andersom…

In de biografie ‘Shakey’ die Jimmy McDonough over Neil Young schreef, kunnen we lezen dat Neil’s teksten er toe leidden dat MTV zijn clip niet wou draaien. Foei, Neil! Niet de hand bijten die je voedt, hè.

Zingen, zoals in de tekst hierboven, betekent voor Neil Young werken. Hij verdient er per slot van rekening zijn geld mee. Moeilijk genoeg in de moderne tijden van gratis downloaden, teruglopende inkomsten uit auteursrechten en mensen die in het algemeen vinden dat ze er recht op hebben de productie van andere mensen gratis en voor niets in hun huiskamer geleverd te krijgen. “I’m a big rock star, my sales have tanked’, zingt Neil op zijn jongste CD, ‘Fork in the Road’. Maar goed, Neil kon nog zingen ‘I don’t sing for nobody’, wat feitelijk betekent dat hij het voor zichzelf doet, voor zijn plezier of hoe je het ook noemen wilt.

Da’s mooi voor Neil, maar hoe zit het met jou en mij? Over het algemeen werk ik voor mezelf, om een beter leven te krijgen. Genoeg salaris, genoeg vrije tijd, een fijne werkomgeving, niet teveel stress, een prettige manier om de dag door te komen en misschien zoveel verantwoordelijkheid als je dragen kunt, om iets voor je omgeving te betekenen, hopelijk iets goeds. Zodat er uiteindelijk, zoals bij mijn vader, op de begrafenis een verbijsterend aantal mensen komt opdagen dat iets vriendelijks over je te zeggen heeft. Sommige mensen krijgen ook nog een mooie steen op hun graf met een spreuk erop en een boek over hun opmerkelijke levenswandel. Een pyramide op je kop, dat is ook niet gek, die gaat lekker lang mee.


Alan Parsons spreekt zich uit over de pyramide-rage die Europa eind jaren zeventig teisterde. Beter slapen, scherpe scheermesjes, rijkdom en gezondheid dankzij pyramides! Yeah right…

Het merkwaardige geval doet zich voor dat ik al mijn hele werkende leven, inmiddels een jaar of vijfentwintig, te horen heb gekregen dat ik het niet beter mag krijgen. Ieder jaar opnieuw, bij iedere CAO-onderhandelingsronde van welke beroepsgroep ook, kreeg ik weer te horen dat de loonsverhoging toch echt beperkt moest blijven, ‘in het belang van de economie’. Het gaat trouwens niet alleen om salaris, het geldt voor alle arbeidsvoorwaarden. Steeds weer is ‘de economie’ belangrijker dan ik. Nou is het ook wel weer heel erg vreemd dat ondanks alle concessies en toezeggingen, alle rechten die ik heb ingeleverd aan vakantiedagen, ziektedagen en medezeggenschap en alle plichten die ik daartegenover kreeg zoals verplichte overuren, verhoogde ziektekosten en verminderd reisbudget, het met die economie al sinds jaar en dag maar slechter en slechter gaat. Het geld dat ik heb uitgespaard schijnt aan de andere kant met voortschrijdende snelheid in een zwart gat te verdwijnen dat om steeds meer bijdrages vraagt. Hee hallo zeg, ik heb niks meer te geven, nog even en ik ben gezien de kosten van het bestaan een feitelijke contractslaaf met een termijn die ik in dit leven niet meer zie eindigen.


Fuck, daar gaan m’n reindeer…

Wat zou het een opluchting zijn als we die altijd zieke en nooit dode patient, ‘de economie’, terug bannen naar het rijk der fabelen waar hij vandaan komt en thuis hoort. Liefst samen met alle gelovigen en belanghebbenden, alle Friedmans, Clintons, Reagans, Keynesen, Scheringa’s, Hjalmar Horace Greeley Schachts (de man die voor Hitler geld uit het niets verzon, zodat de Duitse oorlogsmachine kon gaan draaien, halverwege de jaren dertig) en niet te vergeten het banksaldo van de hele wereld, dat voor 98 procent bestaat uit een virtueel, dat wil zeggen verzonnen bedrag. Dat is ook niet eerlijk, dat politici wel gewoon een bedrag mogen verzinnen dat ze vervolgens in de echte wereld kunnen uitgeven. Waarom mag ik dat niet?

De economie bestaat niet. Ik besta wel. Ik ben dus veel belangrijker. Dat is de note for you. You, ja. Of ben ik tegen mezelf aan het praten?

Posted in Economie, Geschiedenis, Music | Comments Off on This Note’s for You