Eiland van de week – Kerguelen

Het is er koud, het waait er hard, het regent er (of sneeuwt, hagelt, ijzelt) driehonderd dagen per jaar, je kunt er met een speciale boot ongeveer eens per jaar naartoe en er wonen enkel Fransen. Onherbergzamer en minder uitnodigend gaat het niet. Het eiland Kerguelen roept alleen maar vragen op. Wat moeten de Fransen met al die overzeese departementen? Waarom gaan mensen daar in de kou zitten? Kunnen ze dat nou niet iets vriendelijker aankleden daarzo? En wat zien mensen toch in die vreselijke pinguïns?


Aankomst op Kerguelen met de ‘Marion Dufresne’

Frankrijk was in de negentiende eeuw een heel normale ondernemende Europese natie. Fransen trokken de hele wereld over om in naam van de natie en hun portemonnee gebieden in bezit te nemen waar iets van waarde te halen viel en de bevolking weinig of niet voldoende overtuigende weerstand bood. In de twintigste eeuw werden de betrekkingen met die kolonies op een of andere manier ‘genormaliseerd’, meestal zo laat mogelijk trouwens, en ‘normaal’ dient gelezen te worden als: ‘met zo weinig mogelijk schade voor het moederland of aldaar gevestigde grote bedrijven met belangen in de betreffende gebieden’. In sommige gevallen, doordat een gebied heel belangrijk was of juist heel onbelangrijk, deed het moederland de nodige moeite om een vinger in de pap te houden. Economische en humanitaire motieven spelen daarbij een rol, soms ook geopolitieke en voor elke actie is wel een goede reden te vinden; politieke rookgordijnen zijn gemakkelijk op te trekken en regeringsstukken zijn in de regel vijftig jaar lang geheim en tegen die tijd is iedereen allang weer alles vergeten. Of dood, dat scheelt ook een stuk.
Wat Kerguelen betreft, de Fransen kregen het eiland in 1893 in bezit. De regering gaf in hetzelfde jaar een concessie aan de broers Henry en René-Émile Bossière een concessie voor de eilanden voor vijftig jaar. De Bossières waren reders uit Le Havre, die in Kerguelen een goede plek voor schapen zagen. Dat bleek niet het geval.


Een verlaten boerderij op Port-Couvriers

Met de walvisvaart wilde het ook niet echt vlotten en sinds de Tweede Wereldoorlog (toen het eiland ‘bezet’ was door de Duitsers en er twee keer een oorlogsschip aanmeerde) wonen er zo’n honderd mensen op het eiland. Ze houden zich daar bezig met de wetenschap en het Fransmanschap, voor niemand een geringe opgave. De mensen wonen in de onpeilbare troosteloosheid van de uit containers en barakken opgebouwde hoofdstad Port au Francais. Ze lezen hun instrumenten af, bekijken korstmossen in ontoegankelijke fjorden of leggen vleugelloze insecten onder de microscoop. Het waait op Kerguelen zo hard dat de inheemse insecten allemaal hun vleugels kwijt zijn, hoewel evolutie natuurlijk niet bestaat en God het allemaal zo ge-intelligentdesigned heeft.


De moderne woonwijk op Port au Francais, Kerguelen

Er is een gerede kans dat het gebrek aan aankleding, afgezien van praktische problemen (alles waait weg) recht evenredig is aan het gebrek aan vrouwen op Kerguelen. Echte mannen kunnen hun kans grijpen en op het schip Marion Dufresne de tocht naar Kerguelen aanvaarden. Het is inmiddels de Marion Dufresne 2, uitgerust met allerlei moderne gemakken zoals een helicopter, die helaas op Kerguelen onbruikbaar is. Vanwege de wind, ja. Kerguelen heeft allerlei aantrekkelijks voor de moderne mens, zoals het feit dat het ontzettend ver is van de moderne maatschappij, dat het leven er ongetwijfeld iets van rust kent, dat er mooie landschappen zijn waar je dicht bij de natuur kunt wezen, wellicht is het er goed vliegeren en in ieder geval zijn er de prachtige pinguïns die je altijd nog van een antenne kunt voorzien en voor je kunt laten werken.

This entry was posted in Eilanden. Bookmark the permalink.