King of pop naar huis

Ik was er niet kapot van en ik ben er niet kapot van. Madonna kan naar eigen zeggen niet ophouden met huilen. Dat geloof ik best, het moet hard zijn op je vijftigste zo ongeveer voor het eerst geconfronteerd te worden met je eigen sterfelijkheid. Of zelfs maar het voorbijgaan van je jeugd. Stel je voor. ‘I can’t stop crying’. Indeed.

Er moet toch iets positiefs over Michael Jackson te melden zijn, dacht ik. Hij beleefde zijn grootste successen in de jaren tachtig. Die jaren waren het zwartste decennium in de muziekgeschiedenis, hoorde ik Jan Akkerman ooit eens zeggen en ik ben het hartgrondig met hem eens. Digitale opnames waren de waan van de dag, met een technische stand van zaken die te vergelijken was met foto’s van te lage pixeldichtheid. Muziek uit die tijd klinkt net zo als te groot opgeklikte foto’s er uit zien. Snaredrums klonken als neerstortende ruimteschepen uit Japanse tekenfilms met kinderen met veel te grote ogen. ‘Drums, drums and more drums’, zei Danny Kortchmar over een album van Neil Young dat hij toen ooit produceerde. (‘Landing on water’, een zekere mededinger naar de titel van slechtste Neil Young-album ooit)

Maar goed, ik heb iets gevonden. Het is aardig dat de totaal sexloze Whacko Jacko zo sterk uit de hoek komt met een stomende versie van John Lennon’s ode aan het gezamenlijk orgasme. Verder bevat de clip alle yekkie elementen van de jaren tachtig. Let op de getoupeerde haren, Steinberg bas, Simmons drums, leren jasjes met kraag, nou ja, teveel om op te noemen, het is yekkie all over.

Ik kom binnenkort nog eens terug op die Japanse tekenfilms. Daar ben ik inmiddels een groot liefhebber van geworden. Geïnteresseerden, kijk alvast hier eens.

This entry was posted in Music. Bookmark the permalink.