Toch niet het einde van de wereld?


Op 30 april was er een symposium in het Metropolitan Museum of Art in New York. Het symposium ging niet over nieuwe trends in de kunst, maar over de wereldeconomie. Deelnemers waren oud-senator Bill Bradley, de historicus Niall Ferguson, de nobelprijswinnende econoom Paul Krugman, zijn collega (maar zonder Nobelprijs) Nouriel Rubini, de extreem rijke beurshandelaar George Soros en Robin Wells, ook econoom en getrouwd met Paul Krugman.

Je mag zo’n forum, zeker naar Amerikaanse begrippen, behoorlijk ‘liberal’ noemen. De consensus in het debat was dan ook dat de overheid er goed aan heeft gedaan om in te grijpen zoals ze gedaan heeft. Niall Ferguson maakte daar een belangrijke kanttekening bij: “The lesson of economic history is very clear. Economic growth does not come from state-led infrastructure investment. It comes from technological innovation, and gains in productivity, and these things come from the private sector, not from the state.”

Je kunt het moeilijk oneens zijn met zo’n opmerking. Wel doet het bij mij de gedachte opkomen dat wellicht ook deze zaken eindig zijn. Voor winst in productiviteit gaat dat zonder meer op; het rendement van een mens is beperkt tot zijn maximale inspanning, machines hebben ook onderhoud nodig en de geweldige slag die er sinds een jaar of tien gemaakt is in de informatiestromen zit misschien ook wel eens aan zijn limiet. In tal van branches is het outsourcings-effect uitgeput en kan er nergens meer goedkoper geproduceerd worden dan er nu gedaan wordt.
Wat de technologische innovaties betreft blijkt altijd weer dat je daar geen voorspellingen kunt doen. In films van twintig jaar geleden heeft er nog niemand een mobiele telefoon. Sterker nog: ik kan me niet herinneren in enige science-fiction film van voor 1990 ooit iets gezien te hebben dat lijkt op de communicatiemethoden die wij allemaal ineens heel normaal zijn gaan vinden. Maar dat is maar een onderdeel van technologische innovatie. Zijn er terreinen waarop we technologische sprongen kunnen verwachten?

Of zijn we nu, net zoals Francis Fukuyama het beweerde over politieke systemen, aan het ‘einde van de geschiedenis‘ gekomen waar het economische groei betreft?

De sporen van de toekomst zijn al zichtbaar -en moeten dat ook zijn trouwens, omdat daar nu eenmaal de probleemgebieden liggen- in duurzame innovatie, waterbeleid, duurzame energieopwekking en voedselproduktie.
En Niall Ferguson kan wel zeggen dat die dingen uit de private sector moeten komen, ik heb daar ook helemaal niets op tegen, maar er zijn wel vaak grote investeringen gemoeid met de grootschalige implementatie van projecten in deze sectoren.

Dat laat onverlet dat er grote mogelijkheden zijn voor kleine bedrijven die met oplossingen op deze terreinen komen. Ongetwijfeld zijn er investeerders zoals George Soros die ontwikkelingen in deze markt al lang in de gaten houden en er hun geld in stoppen, terwijl hun voorzichtiger collega’s hun geld steken in grondstoffen en goud. Op de lange termijn lijkt een investering in nieuwe technologie├źn eigenlijk een veel beter renderende zaak te zijn.

Economische groei zou best wel eens dwingend kunnen samenhangen met de omschakeling naar andere technologie├źn en andere, meer kleinschalige en lokale vormen van productie.

This entry was posted in Uncategorized. Bookmark the permalink.