Bukowski en pulp

Ik was in de bieb in de stad en besloot om maar weer eens een exemplaartje van ‘Pulp’ mee te nemen. Dat is het laatste boek van Charles Bukowski, dat hij schreef toen hij al een mooi eind richting de oneindigheid was.
Het was een Nederlandse versie, maar vooruit maar. Op de achterflap stonden een paar citaten van Martin Bril. “…alsof de schrijver zijn trouwe fans nog één laatste plezier heeft willen doen.”
Martin Bril, van wie ik nooit een woord gelezen heb en die ik bij toeval één keer heb horen spreken, doet mij een groot plezier met dit gave voorbeeld van synchroniciteit.
Voor degenen die dat niet snappen, laat ik nog even de meester zelf aan het woord:

Op zoek naar een connectie tussen Bukowski en Bril stuitte ik op een affaire uit de jaren tachtig, toen een boek van Bukowski werd verwijderd uit de Nijmeegse bibliotheek. ‘Een lezeres en de adjunct-directeur’ stoorden zich aan een verkrachtingsscene en gesol met een lijk in de verhalenbundel ‘verhalen van alledaagse waanzin’.

Jaren tachtig, huh? Heb ik geluk dat ik toen niet in Nijmegen woonde. Ik ontdekte Bukowski in de bibliotheek in Dieren, nadat ik in 1989 uit het ziekenhuis kwam. Ik had tijd om te lezen, toen. Bukowski stond naast Boudewijn Büch, en die titel ‘verhalen van alledaagse waanzin’… er is wat voor te zeggen dat het geen goeie invloed is geweest, maar het leven werd nooit meer helemaal hetzelfde. “I rather like it.”

Voor de niet zo teerhartigen hier nog een fragment. Voor mijn part kom je uit Nijmegen, waarom niet? Spoiler alert: bevat vrouwenmishandeling en Bono Vox.

This entry was posted in Boeken. Bookmark the permalink.