PJ Cats gaat trendwatchen – een onjuiste voorspelling voor de lange termijn

In mijn artikel over Wikileaks schreef ik hoe er algemene maatschappelijke ontwikkelingen zijn, die sneller gaan dan politieke, wetgevende en ideologische stromingen kunnen voorzien en die voorop lopen op de regels.
De regels, zo leert ook de rechtsfilosofie, lopen altijd achterop op de maatschappij.

Strategisch vooruitzien loopt altijd op een mislukking uit. Het blijkt dat grote omwentelingen helemaal niet te voorspellen zijn. Halverwege de jaren tachtig heb ik nooit, maar dan ook nooit iemand gehoord over de komende informatierevolutie. Tien jaar later liep iedereen met een mobiele telefoon aan zijn oor en nog eens vijf jaar later kocht ook ik mijn eerste computer met internet. Nu zit ik iedere dag uren achter de computer en vraag me af hoe ik vroeger de dag doorkwam. Ik zou het werkelijk niet meer weten, ik kan ook niet anders meer.

De maatschappij is nog wel wat ingewikkelder dan het klimaatstelsel op onze planeet en daar komen we ook niet bepaald glansrijk uit de intelligentietesten. Het is echter een onbedwingbaar plezier om je over te geven aan voorspellingen, als je eenmaal denkt dat je er een goed systeem voor hebt gevonden. Mijn systeem bestaat er uit om de grote thema’s te benoemen. Als je de benoeming goed doet, rolt het inzicht er vanzelf uit. Laten we eens kijken wat we hebben aan grote thema’s voor de komende tijd.

De economie:

Globale herverdeling van macht. Verschuiving van west naar oost. Maar wat gebeurt er ondertussen met het heersende kapitalistische model? De financiële sector gaat het niet redden als er vastgehouden wordt aan het, in feite volledig failliete, neoliberale stelsel dat we nu hanteren. Wat zijn de keuzes? Geleide economie zoals in China, die echter botst met elementaire humanitaire beginselen die door een groeiende welvaart vanzelf opbloeien? Of een keuze voor nog meer marktwerking, om de banken maar overeind te houden met geld van de burgers, waardoor die risicodragend worden en uiteindelijk de rekening moeten betalen. Dat kunnen ze niet en daardoor dondert alles in elkaar, met fatale gevolgen voor de bestedingen, de overheidsfinanciën en uiteindelijk de sociale cohesie. Massale werkloosheid, honger, voedseltekorten, gierende inflatie, het wordt allemaal al voorspeld door mensen die ervoor geleerd hebben. Dit soort economische omstandigheden leidt historisch altijd weer tot autoritair bestuur, maar dat kan eigenlijk niet meer in een wereld met grote informatiedichtheid.
De oplossing ligt in kleinschaligheid en een ander economisch model, dat minder op winst en individuele rijkdom is gericht en meer op het delen van produktiemiddelen (sorry voor de marxistische term, ik bedoel er gewoon middelen van bestaan mee, dingen waar je je geld mee verdient), energie en grondstoffen is gericht. De ontwikkelingen in deze richting zijn in feite al vrij ver gevorderd. Aan de basis van de markt ontspringen tal van kleine bedrijfjes, opgericht door zelfstandige, goed opgeleide nieuwe ondernemers die vaak korte lijnen met elkaar hebben en gewend zijn te werken in een netwerkomgeving. De verdienmodellen zijn meestal vrij bescheiden en meer gericht op het zelfstandige, onafhankelijke bestaan in een gezonde en vriendelijke omgeving dan op winstmaximalisatie, uitbreiding en overname.
Belangrijk hierbij is het besef dat de wereld in economisch opzicht nagenoeg is uitgegroeid. Economische groei in de zin van stijgende bruto binnenlandse produkten kon wel eens tegen zijn maximum zijn aangelopen. Anderzijds leven we ook niet bepaald meer in een tijd waarin je nog kunt zeggen dat de economie de leer van de schaarste is, zoals het mij vroeger nog is bijgebracht. Het zou goed zijn als de economie als leer zich herdefinieerde als de leer van de verdeling van middelen. Maar misschien klinkt dat ook weer teveel naar Marx.


Er waren al vrij vlot elektrische autootjes. Deze is van 1893.

Klimaat en duurzaamheid:

Ondanks de klimaatontkenners die misschien wel of niet gelijk hebben in het afwijzen van modellen van opwarming en menselijke invloed op het klimaat, het is verstandig om keuzes te maken voor minder vervuiling en meer duurzaamheid. Zelfs de grootste klimaatontkenner zal zijn kamer wel eens stofzuigen, waarschijnlijk zelfs vaker dan ik, om de eenvoudige reden dat hij het niet prettig vindt in een vuile omgeving te wonen. Het is veel prettiger in een schoon electrisch autootje te rijden waar je van weet dat de stroom op een duurzame manier is opgewekt dan in een benzinestokend, rokend negentiende eeuws ontwerp te zitten, met een motor waarvan het principe voor het laatst in 1932 is herzien. Auto’s zijn prachtige dingen, kracht, vrijheid en techniek in een elegant omhulsel gebundeld, maar je staat er toch maar mee stil in de file. Ik ook hoor.
We hebben ook nog eens te maken met de voedselvoorziening voor de hele planeet. Dat gaat niet lukken als we het niet een beetje verstandig beheren. De discussie moet niet zozeer gaan over het al of niet bestaan van de opwarming van de aarde, maar over de talloze positieve keuzes die we kunnen maken. En wat de overheid kan doen.
De vaak gehoorde argumenten dat de overheid dat niet moet doen, omdat het de markt verstoort en enorm veel geld kost, zijn flauwekul. De overheid grijpt altijd in in de markt, linksom of rechtsom, er worden altijd keuzes gemaakt, je moet daar gewoon eerlijk over praten. En niet stiekem heel veel geld uitgeven aan militaire operaties en anti-terrorisme en tegelijkertijd je sociale stelsel slopen om daar het geld vandaan te halen. Ik noem maar een voorbeeld. Het zijn keuzes, je kunt ook anders kiezen. En als het stimuleren van duurzaamheid en verantwoord ondernemen dan veel geld kost, dat is toch alleen maar mooi? Als iets aan de ene kant veel geld kost, dan wordt er aan de andere kant veel geld verdiend. Geld is net water, het verdwijnt niet of zo, het gaat enkel heen en weer. Ja, bij hele rijke mensen, daar verdwijnt het, die houden het gewoon vast in een pakhuis en gaan er in zwemmen. Zo is geld nutteloos. Geld is alleen wat waard als je het uitgeeft.


De Enola Gay keert terug op het eilandje Tinian in de Stille Zuidzee. Ze hebben zojuist Hiroshima vernietigd met de eerste atoombom.

Militaire geschiedenis:

Als je wat research doet op het internet en in bibliotheken en daarbij de vraag stelt wat het leger nog voor nut heeft in de moderne maatschappij, dan kom je met een bedroevend korte lijst aan antwoorden terug. De Amerikanen, die ook het meeste geld uitgeven aan het leger, hebben nog het meest iets dat lijkt op een antwoord. Ze willen op elke plek ter wereld dominant kunnen zijn, op elk moment en in elke hoedanigheid. Waarom ze dat willen, dat staat er dan weer niet bij. Nou ja, het is een reden, voor wat het waard is.
Wat zijn militaire dreigingen in de 21e eeuw? Gaat Nederland binnengevallen worden door een staat die uit is op Europese hegemonie, zoals Adolf Hitler’s Duitsland of Napoleon’s Frankrijk? Nou, het lijkt me niet. Komen de Sovjets dan misschien? Eh, wie? Lukt het om uitbarstingen van genocide, zoals in Rusland onder Stalin, China onder Mao, Cambodja, Rwanda, de Balkan te voorkomen door militairen in te zetten? Srebrenica, iemand?
Moeten we een leger naar Afghanistan sturen omdat daar mogelijk de ongeveer vijfhonderd fundamentalistische moslims die hier misschien ooit in staat zouden kunnen zijn op beperkte schaal schade aan te richten, worden getraind en opgeleid?
Het enige waar het leger in Nederland nog voor dient is om jonge mannen en vrouwen die nergens voor deugen de kans te geven hun hormoonspiegel in evenwicht te brengen en misschien nog topsporter met een cocaïneprobleem te worden. Wie wel eens een kazerne bezoekt weet van de testosteronsfeer die daar hangt.
Op een wat serieuzer niveau zijn er wel degelijk problemen met kernwapenproliferatie. Het is een schrikwekkend beeld, als je denkt aan Iraanse ayatollahs met atoombommen, of een gestoorde Noord-Koreaan die bovendien zijn legertop niet in bedwang heeft. En dan is er Pakistan. Oei, we benoemen een probleem. Maar kun je dat militair oplossen? Bij kernwapens werkt enkel MAD, Mutually Assured Destruction, dat is de les van de Koude Oorlog. Een land begint niet met een kernoorlog als het weet dat het als vergelding van de kaart wordt geveegd. Dat is een pleidooi voor een sterke kernmacht. Die zijn er. Amerika, Rusland, Groot-Brittanië, Frankrijk, Israël, China, Pakistan, India hebben grote aantallen kernwapens. Noord-Korea heeft een klein bommetje afgestoken dat het niet helemaal goed deed en Iran heeft meer centrifuges dan we leuk vinden, maar houdt zich overigens netjes aan de verdragen, wat de media ook voor onzin over het land mogen schrijven.

Godsdienst en levensovertuiging:

In een wetenschappelijk paradigma is het bestaan van een antropomorfe god niet te handhaven. Er is geen plek voor een man met een witte baard die de wereld bij elkaar gekleid heeft en al onze gangen nagaat, daarbij de wereld voorziend van een hoger doel en een hiernamaals waar wij onze geliefden weer ontmoeten. Hoe graag we het ook willen, deze god bestaat niet. De wereld om ons heen biedt ook geen enkel aanknopingspunt voor zo’n veronderstelling. Wie kijkt naar de natuur, ziet slechts evolutie. Wie kijkt naar het universum, ziet de big bang en het ontstaan van sterrenstelsels, kometen, nevels en planeten over miljarden jaren. Wie kijkt naar de aarde, ziet zijn plek in het universum, met een maan en een baan om de zon. Hij ziet een afkoelende gaswolk, de vorming van de planeet, schuivende continenten, de samenstelling van de atmosfeer en de elementen die aanwezig zijn om het leven te vormen. Wie naar het leven kijkt, ziet voornamelijk dat, als het maar de kans krijgt, het er eerst en vooral gewoon IS. Hoe dan ook. Leven wil ZIJN. En zal er zijn. Als de marges juist liggen, is daarbinnen leven aanwezig.
God hebben we daar niet bij nodig. En het bewustzijn, wat is dat? Stephen Hawking had waarschijnlijk gelijk, toen hij zei dat het gewoon een stukje software is. Als de hardware wordt uitgeschakeld, loopt de software niet. Fijn is het niet, pijn doet het ook niet. Voordat je geboren was, was je ook gewoon nergens. Net zoals het heelal vóór de big bang.
Alle mensen hebben een religieuze aanleg. Niemand gaat graag dood. Mensen die zich verzameld hebben in een groep om een bepaalde vorm van antropomorfe godheid te dienen, vinden natuurlijk dat die god bestaat. Het zou wat moois wezen als je een niet bestaande god zou dienen. Er komen dan ook leefregels bij, een heilig boek en een groep geleerden om het boek te interpreteren en daar weer nieuwe leefregels uit af te leiden voor de veranderende maatschappij. Het zijn sluitende, hermetische systemen die gebaseerd zijn op tautologische cirkelredeneringen die iedere vorm van tegenspraak uitsluiten. Er is maar één voorwaarde: geloof!


Hier Freudiaanse grap plaatsen over die vingers die elkaar raken. En Michelangelo’s sexuele voorkeur.

De huidige ‘clash of civilizations’ die verondersteld wordt zich af te spelen tussen de islam en het westen, heeft in feite zwaar te lijden onder dit veranderende paradigma. Het heeft weinig zin om voor een niet bestaande god te sterven. Al roept de wetenschap maar twijfel op in de harten van de gelovigen, dat is genoeg. Twijfelaars blazen zich niet op met een bomgordel. De ‘clash of civilizations’ is een concept dat nog wel meer makkes vertoont, zoals dat het iedere vorm van empirische ondersteuning ontbeert. Er is geen spoor van een aanwijzing dat moslims enkel door het feit van hun moslim-zijn een automatisch lidmaatschap hebben van een ideologische organisatie die er op uit is onze westerse cultuur te ondermijnen. Er zijn 800.000 tot een miljoen moslims in Nederland, er is niet één politieke moslimpartij. Was die er maar, dan hadden rabiate anti-islamisten geen grond meer om ons spoken voor te spiegelen.
Het is voor iedereen moeilijk om toe te geven dat god niet bestaat. Het is veel makkelijker om te leven met god dan zonder. Zonder god is er eigen verantwoordelijkheid. Je hebt in feite de verplichting om je leefregels zelf te formuleren, met inachtneming van de rechten van anderen. Als je zelf iets wilt houden, mag een ander dat ook. Enzovoort. Een mens is, aan het eind van de dag, ook nog eens geen autarkisch instituut. Hij leeft in een omgeving, met andere mensen, met voorzieningen, apparaten, tegenwoordig gewoon in een tamelijk complexe samenleving die op meer manieren op hem inwerkt dan hij zich bewust is en waarin het aantal interacties groter is dan het aantal ademhalingen per dag.
Dat betekent ook dat de voorwaarden voor het leven gunstiger zijn. Dat wordt bevestigd in de leeftijd die de mensen bereiken, het welvaartspeil en de gemiddelde lengte van de inwoner van een land. Onder zulke omstandigheden is het tenminste weinig waarschijnlijk dat ons land verandert in een of andere theocratie, een autoritair godsdienstig bestuur. Of het nu christelijk, islamitisch of misschien een interessante vorm van pantheïsme zou zijn, de kans op shariah-rechtbanken, oud-testamentische steniging of offeren aan de lentegod is hier minimaal.


De jonge Kirk kijkt op zijn brommer naar de Enterprise in aanbouw.

Technologische ontwikkelingen:

Het ruimtevaartprogramma is op een laag pitje gezet. De ontwikkelingskosten voor iets dat op Starship Enterprise lijkt, zijn voorlopig nog te hoog. Ook de warpdrive en wormgataandrijving willen niet echt opschieten. De verovering van de ruimte zit er voorlopig nog niet aan te komen. Het is ook maar de vraag wat we er mee op zouden schieten. De dichtstbijzijnde bewoonbare planeten zijn wel gewoon heel ver weg, hoewel het op astronomische schaal nog reuze mee schijnt te vallen. Maar de term ‘praktisch onbereikbaar’ lijkt wel zo ongeveer van toepassing. Mocht het nodig zijn, dan zijn we misschien wel in staat een deel van het zonnestelsel te doorkruisen, op zoek naar grondstoffen en plaats voor mensen.
Op onze eigen planeet heeft zich, door de informatierevolutie, een ontwikkeling voorgedaan die een beetje lijkt op het ‘jaunten’ in de roman ‘Tiger! Tiger!’ van Alfred Bester. In dat boek komt de revolutie door de ontdekking van teleportatie. Mensen kunnen zich door gedachtekracht naar iedere gewenste locatie verplaatsen (hetzelfde principe vind je terug in de intrigerende film ‘Jumper’, waar volgend jaar een vervolg op komt). Het gevolg van deze omwenteling is in feite hetzelfde als die we nu meemaken in de eerste jaren van het informatietijdperk: er komen allerlei acties en reacties op gang om het proces te beheersen. In het boek leidt dat tot repressie. Op een iets andere schaal vind je dit idee van repressie weer terug in Paul Verhoeven’s bewerking van Robert Heinlein’s boek ‘Starship Troopers’. Ook daar is op de maatschappelijke ontwikkelingen van informatiedichtheid gereageerd met repressie en militarisering. Als maatschappelijk commentaar is het een briljante film, het bezwaar is dat de vermomming wel heel erg goed is. Het opvallende bij beide verhaallijnen, zowel in ‘Tiger! Tiger!’als in ‘Starship Troopers’, is dat er bij allebei sprake is van een oorlog tussen de aarde en een andere partij. In ‘Tiger! Tiger!’ zijn het de buitenplaneten, die de aarde van grondstoffen voorzien, in ‘Starship Troopers’ zijn het akelige insectoïde space aliens die bij bosjes afgeknald mogen worden ter meerdere eer en glorie van het vaderland. Blijkbaar is oorlog voor de plot onontbeerlijk. De oplossing is heel verschillend: in ‘Starship Troopers’ winnen we de oorlog, of tenminste een belangrijke veldslag. In ‘Tiger! Tiger!’ wordt het beslissende wapen, een ongekend krachtig explosief dat door gedachtenkracht tot ontploffing wordt gebracht, door de hoofdpersoon onder de mensheid verspreid, met de boodschap: hier is het, het is jullie verantwoordelijkheid. Gebruik het, of beheers het. Sterf, of leef.


Een briljant boek, verschenen in 1955. Filmrechten verkocht in 2006, volgens IMDB in 2012 te verschijnen.

Afgezien van de ontwikkeling van dergelijke explosieven, die wel of niet zullen verschijnen, kunnen zich altijd technologische ontwikkelingen voordoen. Er kan kernfusie komen bijvoorbeeld, dat betekent vrijwel gratis energie voor iedereen. Binnen de mogelijkheden die we hebben zijn nog enorme slagen te maken richting duurzaamheid en innovatie. Elektrische auto’s, algenkwekerijen, zonnecentrales in de Sahara, nieuwe vormen van bouwen en wonen, landbouwtechnieken, waterwinning en management en wie weet waar google nog mee komt op onze computers, als Steve Jobs het niet doet.

Kan ik iets concluderen?

Er zijn, het lijkt een beetje op natuurkunde, centrifugale en centripetale krachten. Krachten die bundelen en krachten die uiteen drijven. Economische en politieke krachten en krachten van levensovertuiging hebben de neiging om mensen uit elkaar te drijven. Niet de mensen binnen de groep, maar wel de groepen ten opzichte van elkaar. De geschiedenis leert dat deze centrifugale krachten leiden tot economische ellende, nationalistische wedijver, religieuze superioriteitsgevoelens en uiteindelijk tot oorlog en genocide, in willekeurige verhouding. Technologie wordt meestal ingezet om de krachtmeting mee te voeren. Wie heeft het grootste slagschip, meeste raketten enzovoort. Die tijd lijkt toch een beetje voorbij.


Dit krijg je als je googelt op ‘centripetal powers’. Eerste hit, echt waar.

De centripetale oftewel middelpuntzoekende, zeg maar bindende krachten zijn overal om ons heen en enorm sterk in beweging. De informatietechnologie zet de mensen steeds dichter op elkaar, of ze dat leuk vinden of niet. Er zijn netwerken waar we bewust of onbewust deel van uitmaken. Informatie van ons en over ons is beschikbaar op websites die we zelf maken, sociale media die we gebruiken, in gemeentelijke administratiebanken en databanken van iedere organisatie waar we op enige manier deel van uitmaken. Ik geloof dat een gemiddelde mens in zevenhonderd databanken vertegenwoordigd is. Deze tegenwoordigheid die we allemaal bedoeld of onbedoeld hebben heeft een nog onbekende weerslag op onze gemoedstoestand. Ik voorspel in dit verband een opkomst van slaapstoornissen en stressverschijnselen. De cijfers van het gebruik van antidepressiva lijken me al een beetje gelijk te geven, dit gebruik is nog altijd stijgende. Slaapapneu komt steeds vaker voor.
Het overheersende gevoel van connected zijn, van altijd bekeken worden en altijd moeten weten wat er nu in de wereld gebeurt, zal steeds meer mensen in zijn greep krijgen. Het is moeilijk om te leven als je het gevoel hebt dat er altijd een camera op je gericht is en dat er iemand over je schouder meekijkt.
Misschien is dat ook een generatieprobleem. Ik ben opgegroeid in relatieve vrijheid en vind het daarom een probleem als ik geen klein hoekje heb om mezelf in terug te trekken. In jongeren zie ik, dat die dat helemaal niet bezwaarlijk vinden. Zij profiteren juist grootschalig van de voordelen van diezelfde connectedness: altijd iemand om mee te praten, altijd bevestiging, altijd actie, altijd is alles leuk. Er is altijd een plek voor je, als je maar bereid bent je precies te conformeren aan de groep. Marcuse zou zich thuis voelen in deze tijd; je kunt alle vrijheid hebben, mits… repressieve tolerantie in optima firma. De jonge mensen zijn gezonder, langer en vitaler dan ooit, het lijkt erop dat mijn bezwaren gestoeld zijn op paranoia en angst voor het onbekende.
Voor overheden en grote organisaties betekent de informatiedichtheid dat het problematisch wordt om overleg achter gesloten deuren te hebben. De grens tussen wat openbaar is en wat binnenskamers blijft is dramatisch verschoven. Als er jongere mensen, die gewend zijn in een netwerkomgeving te werken, in zo’n organisatie gaan werken, nemen ze hun mentaliteit natuurlijk mee. Dat vormt de organisatie dan weer. De connectedness van de wereld, die trouwens ook noodzakelijk is in het economische verkeer, is niet terug te draaien. Er zal een zekere strijd over gevoerd worden, op de lange duur is connectedness net zo min tegen te houden als de democratie het in de twintigste eeuw was. Het is te hopen en eigenlijk te verwachten dat deze strijd minder slachtoffers gaat kosten.

Het zijn wel, helaas, interessante tijden. Er is volop strijd, alleen niet helemaal zoals we het vroeger gewend waren. Mijn exemplaartje van Hemingway’s ‘Men at War’, met al die prachtige, romantische oorlogsverhalen van mannen die pas echt leefden in acuut gevaar, kan de kast in en hoeft er niet meer uit. Dat gemep met zwaarden, schuilen in loopgraven en achter een tank aanrennen naar de volgende struik in een drassige taiga, het is afgelopen. Hoe moet ik nu heldhaftig zijn? Er zijn mogelijkheden genoeg. Juist in een dichter verbonden wereld is het een grote uitdaging je eigen wereld te scheppen. In een steeds verder uniformerende omgeving is het een steeds grotere opgave om een individu te zijn. Waar je omringd bent door informatie, die in de vorm van een bevooroordeelde mening op je afkomt, is het een enorme klus om je eigen mening te formuleren, uit te dragen en te verdedigen.
Echt, er is strijd genoeg, en het is nog verdomde de moeite waard ook.

This entry was posted in Economie, Geschiedenis, Politiek. Bookmark the permalink.