Alleen echte mensen zijn echt gek

Hoe heerlijk is het in deze tijden van opgekropte frustratie en platvloerse naijver, jaloezie en wrok weer eens geconfronteerd te worden met mensen die uit duidelijke, naspeurbare redenen en overtuigingen gewoon ongeremd krankzinnig worden en daarbij alle tekenen vertonen van gezonde waanzin, inclusief het huilen, tandenknarsen, gillend over straat gaan en de automutilatie die daarbij hoort. Je zou er jaloers op worden. En dan de achtergronden! Smikkelen en smullen. Waarom gebeurt zoiets mij nou nooit? (dat is niet waar, in een gelukkig, maar helaas onbereikbaar, onherstelbaar vergaan verleden gebeurden zulke dingen mij ook, vroeger, toen ik nog jong en knap en gezond was…)

De achtergronden. Mensen, we hebben dit soort dingen nodig in deze tijden van zielloze geldzucht, hersenloze ideologie en goddeloze religie. Het gaat deze keer om de nalatenschap van een schrijver die nagenoeg niks geschreven heeft. Datgene dat hij dan wel geschreven heeft is dermate ambigu dat het eigenlijk onbegrijpelijk is. Dat is buitengewoon aantrekkelijk, omdat het voor iedere uitleg vatbaar is. Zo’n schrijver is ideaal voor critici, kunstuitleggers en studenten in diverse sociale wetenschappen, vooral als de schrijver ook nog eens jong gestorven is, uit een verdwijnende cultuur als de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie afkomstig is en zijn werkjes schreef in de ongelooflijk turbulente periode aan het begin van de twintigste eeuw. Die periode is met goede redenen aan te duiden als de bakermat van de moderne tijd. Vliegtuig, auto en de grootscheepse toepassing van electriciteit stammen uit deze periode, alsmede de bepalende ideologieën van de twintigste eeuw, fascisme, communisme en parlementaire democratie. Als klap op de vuurpijl was er een Grote Oorlog die nergens over ging en verloren werd door niemand, behalve degene die bij congres aangewezen werd als de schuldige en die zich dus tandenknarsend op de revanche ging voorbereiden.

Het gaat over Franz Kafka, dat kan bijna niet missen. Er zijn tijden geweest dat je op foto’s van columnisten, wetenschappers en andere deskundologen die zich graag voor hun penisverlengende boekenkast laten filmen of fotograferen feilloos het Verzameld Werk van deze schrijver kon identificeren, omdat het in knalgele of baksteenrode band met zwarte opdruk kwam en door het gebruik van een groot font nogal dik uitgevallen was. Nou ja, het sprong er nogal uit in de boekenkast. Sommige boeken doen dat, ongetwijfeld een triomf voor de ontwerper, die zijn prijzen kan verhogen na zo’n geslaagde opdracht. Ik had het zelf ook en heb me er zelfs eens doorheen geworsteld, wat ertoe leidde dat ik een kort citaatje kon verwerken in twee van m’n liedjes, ten eerste in Make it pay: ‘you might sit there, and only wait, and it comes rolling at your feet’. Ten tweede in The Miracle of Love: ‘The world waits like a tiger, and I wait like a cage. My bird has flown, the bars are bent and worn’.

Dat zijn geen rechtstreekse citaten, maar ik dacht dat Kafka ergens schreef ‘een kooi ging uit om een vogel te vangen’ en misschien ergens anders dat je gewoon kon gaan zitten en wachten en dat de wereld dan wel vanzelf op je afkomt. Maar heel zeker weet ik dat niet eens, misschien is het maar een hersenschim, een afdruk die is blijven hangen.

Deze Franz Kafka, een lange bleke slungel uit Praag, schreef verhalen die dan wel onleesbaar waren maar op een of andere manier ook iets leken aan te geven over de onthechting, vervreemding, ontzieling en atomisering die de moderne maatschappij zouden gaan kenmerken. Sinds de tachtig jaar dat hij dood is zijn we inderdaad verdwaald geraakt in een Kafkaïaanse samenleving, waarin niets zeker is en de mens overgeleverd is aan sinistere krachten die onaanwijsbaar en oncontroleerbaar zijn, maar op een duistere manier zijn leven vormgeven en die zich soms manifesteren in een gerichte aanval op zijn bestaan. Dat is geen loze zin. In kantoren in de Verenigde Staten kijken mensen naar videobeelden van onbemande vliegtuigjes en als ze op die beelden verdachte zaken menen waar te nemen geven diezelfde mensen de vliegtuigjes opdracht om bommen af te werpen. Dan verdwijnt er een rijtje huizen ergens in Pakistan, Jemen of Somalië. Het is gewoon een baan, niemand kijkt er van op. Ergens anders in Jemen, Somalië of misschien Indonesië of de bezette Palestijnse gebieden knopen mensen bomgordels om en stappen vervolgens in de bus die forensen naar hun werk brengt. Dat zijn dan weer schandelijke terroristen, heel andere mensen dan die kantoorgangers in hun kostuumpje met stropdas die de onbemande vliegtuigjes besturen.

Veel onbegrijpelijker dan de verhalen van Kafka, waarin mensen zonder opgaaf van redenen worden opgepakt en berecht, wat iedereen heel normaal vindt, of waarin ze veranderen in een lelijk wezen, waar ook niet werkelijk iemand van opkijkt; waarin althans iedere vorm van zekerheid, van redelijke structuur, een aanknopingspunt voor de rationaliteit of een medemenselijkheid waar je emotionele geruststelling aan kunt ontlenen ontbreekt zou de wereld niet moeten kunnen worden, maar we moeten vaststellen dat de wereld nog veel onbegrijpelijker geworden is. De economische overheersing heeft ertoe geleid dat we onze baan, onze relatie, onze bestaanszekerheid niet meer veilig kunnen stellen; al onze raamwerken zijn fluïde constructies geworden die geen houvast bieden, maar een beangstigend soort intrinsieke slapheid vertonen. Onze wereld is een plaats geworden die zich vrijwel alleen nog laat omschrijven in de termen van een andere schrijver uit de zelfde periode, iemand die zich in een zelfde ontwortelde maatschappij geplaatst zag en die, uit geheel andere overwegingen wellicht, zichzelf als een buitenstaander zag en zich dienovereenkomstig merkwaardig gedroeg. Die andere persoon was Howard Philips Lovecraft.

Zowel Lovecraft als Kafka geven aan dat er nog maar één uitweg is uit de onzalige omklemming van de moderne maatschappij: de weg van de waanzin. Ja, maar zo makkelijk komen we er niet vanaf. Het is niet aan iedereen gegeven om zomaar lekker gek te worden, zich te onttrekken aan de wereld en zich over te geven aan de moederlijke zorgen van een of ander instituut, dat vervolgens alles voor ons regelt, waarna we in alle rust de ouderdom kunnen bereiken. De waanzin, zo blijkt, neemt meestal de vorm aan van een of andere overtuiging; een religie, een politieke ideologie of een levenshouding die in de grond bestaat uit haat voor alles wat bedreigend is. Dat ‘alles’ kan dan inderdaad ook alles zijn, van de buurman met zijn bladblazer (daar is nog wel wat voor te zeggen trouwens) tot de immigratie van gelukzoekers, het bestaan van een linkse kerk, een militair-industrieel complex met aanverwante uitwassen in de farmaceutische industrie of de te verwachten aankomst van space aliens die ongetwijfeld de moeite nemen om ettelijke miljoenen lichtjaar te reizen om hier een paar sporen te trekken in slecht bezochte graanvelden, waarmee ze willen aangeven dat het hoe dan ook slecht met ons gaat aflopen, waarna we ze rustig met een honkbalknuppel mogen bewerken.

Dat is een uiterst onaantrekkelijk soort van waanzin, een vrijwel volledige blokkering van de vitale energie die zich vervolgens alleen nog maar kan uiten in negatieve zin; in afkeer van medemensen, in politieke negativiteit die zich kenmerkt door het stigmatiseren en uitsluiten van willekeurige ‘anderen’, in het ontkennen van enige andere dan een krachtdadige (en daarbij structureel vernielende) oplossing, in het zoeken naar een sterke leider en meer direct in het persoonlijke leven door het overmatig gebruik van sterke termen, macho-gedrag en onbeheerst koopgedrag, daarbij voortdurend iedereen gek verklarend die zich niet conformeert aan ditzelfde neurotische patroon. (het is natuurlijk heel ironisch dat deze zelfde pathologie onmiddellijk op schrijver dezes terug slaat; wat beweert hij immers? Ik ben het daar overigens helemaal mee eens, ik bedoel met de pathologische uitleg; sluit me op en verlos me van de zorgen alsjeblieft)

Er bestaat een ander soort waanzin; die van de levensenergie die zich een uitweg zoekt en zich die uitweg ook gewoon baant als de druk te hoog oploopt. Het is nog steeds waanzin, maar in een positieve vorm; het is de waanzin die schilders rode bomen in een blauwe sterrennacht laat schilderen, die mensen op te hoge leeftijd fanatiek sport laat bedrijven, die jonge mannen er als op goddelijk bevel toe aanzet te gaan staan roepen onder het raam van hun verdwenen geliefde die op dat moment met haar nieuwe minnaar in bed ligt en die dezelfde jonge vrouw er later toe aanzet midden in de nacht te verschijnen aan het bed van haar nieuwe gemankeerde passie waarna de zaken hun onafwendbare gang nemen; in het kort is het, in één woord, liefde.

Deze soort waanzin leidt uiteindelijk ook gewoon tot de dood, zoals trouwens alles in het leven, maar het pad waarover de reis zich voltrekt is in mijn ogen toch wel wat aantrekkelijker. Het is tenminste bezaaid met normale bladeren en afgewaaide takjes en rommel en de omgeving is van een weldadige landelijkheid; het waait een beetje en de lucht is misschien wat vochtig; het is een uur of elf ‘s ochtends en in de omringende landerijen staan tamelijk normaal uitziende koeien, de temperatuur is aangenaam en je bent tenminste niet zo moe. Misschien kun je zelfs nog wel iets nuttigs doen vandaag; een gedicht schrijven, een leuk meisje ontmoeten of in de namiddag de maaltijd genieten met een gezelschap onder een paar bomen, liggend op banken zoals de oude Grieken en minstens zulke spitsvondige wijsheden over het leven afgevend.

Franz Kafka heeft, zo blijkt het althans, nog wat werk nagelaten. Deze erfenis is net voor aanvang van de Tweede Wereldoorlog (op de laatste trein, vijf minuten voor het sluiten van de grens door de Nazi’s; je moet je als historicus altijd bewust zijn van de smalle marges die de geschiedenis soms heeft; soms is het zo verleidelijk te denken in periodes van tientallen of zelfs honderden, duizenden jaren, een procedé dat altijd leidt tot fouten) uit Tsjechoslowakije bevrijd door Max Brod, een Tsjechische jood, die het werk van Kafka naliet aan zijn minnares Esther Hoffe, die 101 jaar oud werd en de nalatenschap van Kafka’s werk op haar beurt overdroeg aan haar dochters Eva Hoffe en Ruth Wiesler. Die delen het werk met zo’n veertig katten, in het appartement van Eva.

Waaruit bestaat die erfenis, wat is dat nagelaten werk van Kafka? Veel bijzonders is het niet, als we afgaan op de getuigenis van Bernhard Echte, een Oostenrijker die in de jaren tachtig samen met Esther Hoffe (de samenwerking Echte Hoffe, zullen we maar zeggen; altijd in verhalen van deze aard stuit je op dit soort toevalligheden, dat is van een onzegbare schoonheid) de erfenis inventariseerde. De laatste brief uit het sanatorium waar Kafka aan tuberculose stierf, een exemplaar van Tristan Tzara’s eerste Dada-uitgave met een persoonlijke opdracht aan Kafka. Ik kan er maar moeilijk warm van worden, maar andere mensen reageren heel anders op zulke dingen, mensen die heel serieuze zaken te regelen hebben in de wetenschap en de wereld in het algemeen en die bepalen wat er belangrijk is en wat niet.

Deze mensen verzamelen zich in instituten die vervolgens weer een bepaalde status in de maatschappij en breder in de wereld hebben en daarmee zekere belangen vertegenwoordigen. Het kan bij die belangen horen dat zekere zaken gezien en onderzocht worden, zodat de wetenschap kan voortschrijden, studenten kunnen afstuderen en promoveren en de belangrijke functies worden bekleed door mensen die daar bij uitstek geschikt voor zijn en vervolgens ook doen wat er bij hoort. En dan kan het er ook bij horen dat besloten wordt dat het nagelaten werk van Franz Kafka nadere studie verdient, dat het in het belang van de wetenschap en de wereld in het algemeen is dat dit werk beschikbaar komt en dat zekere individuele belangen dit bredere belang niet in de weg mogen staan.

Dat gebeurde in 2007, als verschillende partijen het bezit van de erfenis van Franz Kafka gaan betwisten. Het is het punt waar we het terrein betreden van de verschillende vormen van krankzinnigheid. Laat varen alle hoop, gij die hier binnentreedt.

wordt vervolgd

Diertekeningen van Andrew Dick
Scene uit ‘Signs’, de slechtste film die ik tot nu toe in m’n leven gezien heb
Schilderij onder ‘Lovecraft’ is van Yves Tanguy
Laatste afbeelding is ‘De Tuin der Lusten’ van Jeroen Bosch

This entry was posted in Geschiedenis. Bookmark the permalink.